Recensie: Game of Thrones (Seizoen 7)

De White Walkers staan aan de poort, Daenerys Targaryen begint haar aanval op de troon en Cersei vecht voor het voortbestaan van de Lannisters. Nooit eerder stond er zoveel op het spel in Game of Thrones. En de kijker? Die is spekkoper!

Wie over Game of Thrones praat, komt vaak toch automatisch bij de grote sleutelmomenten uit. Die verbijsterende Red Wedding, het onthoofden van Ned Stark, de dood van Joffrey en Ramsay Bolton of toch de vuurspuwende draak die dit seizoen het Lannister-leger in lichterlaaie zette. Het is begrijpelijk, maar ook een vloek. Zoals talloze mensen American History X nog enkel van de stoeprand- scène kennen, dreigt voor Game of Thrones een soortgelijk scenario. Hoe onterecht dat ook zou zijn.

Game of Thrones bewijst in dit kortere zevende seizoen – slechts zeven afleveringen – namelijk nogmaals dat het een feilloos gevoel voor ritme heeft. De serie rent niet van veldslag naar veldslag, zoals menig filmmaker zou doen. Nee, Game of Thrones neemt de tijd om te bouwen. Kijk alleen al naar die langverwachte ontmoeting tussen Daenerys en Jon Snow. Het is een bijna hinderlijke onderbreking van het grotere geheel. In het noorden staat een leger van ondoden aan de poort te rammelen, terwijl de moeder der draken op het punt staat om de strijd aan te gaan met Cersei Lannister.

Het pleit voor Game of Thrones dat de serie niet in de valkuil trapt om de boel af te raffelen. In minutenlange dialogen bevechten Jon en Daenerys elkaar verbaal. Wie heeft er het meeste recht op de troon en welke voorouder heeft de ander nu het meeste pijn gedaan? De twee tasten elkaar af met woorden op een manier waarop geen zwaard, speer of draak dat kan. Een aflevering later doet de serie dat nog eens dunnetjes over wanneer de zusjes Stark en Lord Baelish elkaar het leven zuur maken en vlak voor de ultieme climax is er die memorabele ontmoeting tussen een groot deel van de troonpretendenten en hun belangrijkste adviseurs. Het is Game of Thrones in optima forma en het zijn misschien wel het meest memorabele momenten van het hele seizoen.

Toch zullen ze nooit op die manier de boeken ingaan. Daarvoor heeft Game of Thrones ook dit seizoen weer teveel te bieden in de categorie groot, groter, grootst. Met als absolute hoogtepunten de momenten waarop die draken komen aanstormen met Khaleesi op hun rug. Het zijn adrenalineshots die zijn weerga niet kennen en scènes waarover het bij praktisch iedere koffieautomaat de dag erna ging. En over Cersei natuurlijk. Want we mochten aan het eind van seizoen 6 dan misschien gedacht hebben dat we de Lannisters voor dood en begraven achterlieten. Niets blijkt minder waar. Het opperkreng van Game of Thrones weigert te buigen en slaagt daar wonderwel in.

Dat wil overigens niet zeggen dat er helemaal niets te klagen valt. Zo heeft de eerste aflevering van het seizoen wel heel veel weg van een verplicht voorstelrondje en ook de wijsheden uitkramende Bran – als een soort van Yoda 2.0 – begint af en toe een beetje op de zenuwen te werken. Daar komt de wel erg late komst van Euron als serieuze machtsfactor nog eens bij, waardoor Game of Thrones zeker niet volmaakt is.

Veel scheelt het echter niet en dus kan na die cliffhanger van jewelste het lange wachten alweer beginnen. Op dat allerlaatste seizoen, de climax en het moment waarop we eindelijk antwoord gaan krijgen op die allesomvattende vraag: wie eindigt er op de troon? Zonder slag of stoot zal dat zeker niet gaan, maar hopelijk heeft Game of Thrones het ook dan weer in zich om de rust te bewaren. Om de tijd te nemen en te kiezen voor het grotere geheel in plaats van die ene epische veldslag. Er is na seizoen zeven in ieder geval geen enkele reden om daar nog aan te twijfelen.

8.8/10

Lees de recensies van eerdere seizoenen hier

Top



© 2012 All Rights Reserved.

Design by Cialis générique.